Dutch liner notes
Hoestekst in het Nederlands
Jules van Hessen in gesprek met Roeland Duijne
Vol trots presenteert de Nederlandse cellist Roeland Duijne dit Russische cello album. Hij stelde een pakkende compilatie samen van een aantal juwelen uit het cello repertoire. Muziek die hij de afgelopen jaar met zijn karakteristieke toon op vele podia door de hele wereld heeft laten horen en waarvan een viertal live registraties de weg naar dit album hebben weten te vinden. Live registraties kenmerken zich doorgaans minder door technische perfectie, maar reflecteren artisticiteit en atmosfeer beter dan gepolijste, soms wat steriele studio-opnames. Het door hem gekozen repertoire is hem op het lijf geschreven en is ook zo passend bij zijn muzikale levensgezel: de uit 1853 afkomstige Giuseppe Sgarbi.
Roeland koos opnames van Tsjaikovski, Rachmaninov en Kabalevski, waarbij hij begeleid wordt door het Magogo Kamerorkest, het Iers Kamerorkest, het Philips Symfonie Orkest en zijn vaste pianopartner Rie Tanaka.
Missie
Roeland is wars van conventies en wordt niet echt warm van de gebruikelijke programmatoelichtingen. Hij ondersteunt mijn missie om “klassieke” muziek op een luchtige, maar deskundige wijze toegankelijker te maken voor een breder en jonger publiek. Bovendien hebben wij de afgelopen 40 jaar talloze malen het podium mogen delen. Daarom hebben wij ervoor gekozen om de broodnodige informatie in een tweegesprek te vatten. Vandaar dit, hopelijk verhelderende, interview.
Nationalisme
Een Russisch album, betekent dat voor jou dat de muziek meer gemeen heeft dan alleen maar het feit dat de componisten uit Rusland afkomstig zijn?
In het algemeen ben ik voorzichtig met het duiden van de ziel van een land omdat ik allergisch ben voor nationalisme (bron van veel kwaad).
Ruim genomen begint de Russische muziek met de Russisch-orthodoxe kerkmuziek en de volksmuziek. Daarna is er weinig ontwikkeling geweest: de Russen kennen geen eigen barokmuziek, renaissance of klassieke tijd. Tot de 19e eeuw bepaalden Italiaanse, Franse en Duitse componisten de wereldlijke muziek in Rusland. Er heerste een constante strijd of het land Europees of Aziatisch van karakter moest zijn. Met Glinka (1804-1854) vormt zich aan het begin van de negentiende eeuw de Russische ‘klassieke’ muziek en Glinka’s principebesluit om volkse melodieën als basis voor zijn muziek te kiezen werd door de generaties na hem overgenomen. En gelijk hadden ze, want de volksmuziek in dat enorme rijk had veel te bieden.
Kampioenen
De grootste gemene deler is mijns inziens dat alle drie componisten uitgesproken “kampioenen in het maken van melodieën” zijn. Iets wat te prijzen is, zeker van Rachmaninov en Kabalevsky die tijdens hun carrière te maken hebben gehad met de opkomst van de avant-garde.
Russische School
Kan je dan wel spreken van een Russische klank of speelstijl?
Het mooie van de Russische School van pianisten, violisten en cellisten, vind ik het streven naar die solide technische basis en de volledige beheersing van het instrument. En zelfs wanneer ze dezelfde leraar hadden, bezitten ze allen een volkomen eigen geluid. In Rusland verhuizen families duizenden kilometers als blijkt dat een kind een uitzonderlijk muzikaal talent bezit. De ouders offeren zich op. Dat is een andere mentaliteit. Die kinderen gooien zich met alles wat ze hebben op de muziek. En die overgave hoor je terug in hun spel.
Sinds de globalisering en de opkomst van het internet is er natuurlijk veel minder sprake van een Russische, Franse of Amerikaanse school en wordt er ook in Azië op het allerhoogste niveau gemusiceerd.
Rostropovitsj
Heb je binnen die Russische school ook een inspirerend voorbeeld?
Ik zie Rostropovitsj als één van mijn grote cello helden. Zijn opname van Dvorák’s celloconcert en Tsjaikovski’s Rococo Variaties met de Berliner Philharmoniker uit 1969 vind ik nog steeds het allermooiste celloalbum. Ik zat aan de radio gekluisterd toen hij met deze werken (incl. Haydn’s celloconcert) zijn Concertgebouwdebuut maakte, begin jaren zeventig. Tijdens mijn vier jaren studie in Parijs (hij woonde toen daar) heb ik geen van zijn optredens gemist. Zo heb ik talloze wereldpremières meegemaakt. Er zijn sowieso meer dan 100 werken (o.a. van Sjostakovisj, Prokoffiev, Dutilleux en Britten) aan Rostropovitsj opgedragen.
Engagement
Bovendien was hij maatschappelijk geëngageerd: hij bood Solzjenitsyn onderdak en steunde Sjostakovitsj openlijk. Daardoor werd hij gedwongen naar het Westen te emigreren. Voor zijn dood in 2007 werd hij door Poetin in ere hersteld en kreeg hij een staatsbegrafenis. Hij zal zich ongetwijfeld in dat graf omdraaien als hij zou weten welke gruwelijke praktijken Poetin nu bezigt.
Rostropovitsj’s techniek en toon zie ik als mijn ideaalbeeld, dus mijn streven is om dat zoveel mogelijk te benaderen, waarbij ik vanzelfsprekend er alles aan doe om zoveel mogelijk mijn eigen passie en energie erin te leggen.
Versies
Een illustere voorganger van Rostropovitsj was Anatoli Brandukov, voor wie Tsjaikovski (1840-1893) de instrumentatie van de Nocturne in D maakte. Uiteindelijk kennen we drie versies: eentje met orkest, de cello-piano zetting en natuurlijk de instrumentatie met strijkers die op dit album staat. Welke heeft jouw voorkeur?
Alle drie zijn ze wonderschoon en ik heb ze alle drie ook veel gespeeld, maar deze heeft mijn voorkeur. Met een strijkorkest kunnen veel klankleuren gerealiseerd worden, terwijl bij het spelen zonder dirigent iedereen nog meer uitgenodigd wordt echt met elkaar kamermuziek te maken. Zo herinner ik mij bijzonder moment dat ik tijdens deze opname had. Als het hoofdthema terugkomt is er een prachtige dialoog met de concertmeester. Dit “gesprek” met de aanvoerder van het Iers Kamerorkest vond ik een absoluut hoogtepunt.
Euro
Trouwens ik koester nog een mooie herinnering aan deze registratie: die vond net plaatsin de periode dat de Euro werd ingevoerd, waardoor er bepaalde concerten van verschillende ensembles/orkesten werden uitgekozen om Europa wijd te worden uitgezonden. Best spannend natuurlijk.
Halverwege het werk schrijft Tsjaikovski een korte cadens (passage zonder begeleiding). Nu is het tegenwoordig mode dat solisten andere, zelf gefabriceerde cadensen spelen. Heb je dat hier overwogen?
Eerlijk gezegd nauwelijks. Op een regenachtige middag heb ik wel kort wat geëxperimenteerd, maar ik kwam er snel achter dat de oorspronkelijke noten zo raak, expressief en doeltreffend zijn, dat die niet te evenaren, laat staan te overtreffen zijn.
De Rococovariaties van dezelfde componist, staan op het album ook in een instrumentatie voor cello en strijkorkest?
Jazeker en dit was ook nog eens een wereldpremière: De Nederlandse arrangeur Ward Veenstra heeft deze wonderschone versie voor cello en strijkorkest gecreëerd, welke inmiddels wereldwijd furore maakt. Het is de eerste keer dat deze strijkersversie van Veenstra op CD is vastgelegd. Heel knap dat hij het zodanig gearrangeerd heeft dat je de blazers helemaal niet mist.
Mysterieus thema
De titel “Variaties op een Rococothema” lijkt te suggereren dat Tsjaikovski een bestaande melodie uit de barok als basis heeft gebruikt. Weet jij wellicht wie die geschreven zou hebben?
Dat is faliekante nonsens: die is van Tsjaikovski zelf! In een jolige bui zong hij voor de vuist weg een melodietje in het bijzijn van zijn vriend, de cellist en leraar aan het conservatorium in Moskou Wilhelm Fitzenhagen (1848-1890). Tsjaikovski zou gezegd hebben: ‘Ik voel me lekker, een beetje rococo’, waarop de cellist antwoordde: ‘Zet het op papier en maak er variaties op!’ Fitzenhagen zou in 1877 zelf de solist zijn tijdens de première.
Meesterwerk
Het is daardoor echt een showcase voor de cello geworden, want je kan zoveel mogelijkheden en kleuren van het instrument demonstreren.
Elke variatie kent een eigen karakter zonder dat de cohesie verstoord wordt, wat het voor mij het een echt meesterwerk maakt.
De moeilijkste is ongetwijfeld de laatste. Wellicht is die tijdens de live opname ook niet 100% perfect gelukt. Maar in ieder geval ging de beruchte octaven passage aan het einde gelukkig heel goed. Dat kan niet helemaal gezegd worden van de eerdergenoemde schitterende opname van de geniale Rostropovitsj…
Toch gaat mijn hart het meest uit naar de twee langzame variaties: beide halen alles uit de cello en is het samenspel met orkest ongeëvenaard.
Waarschijnlijk komt deze voorkeur voort uit mijn passie voor mooie, breed uitgesponnen melodieën.
Menselijke stem
Als ik dit hoor kan ik je keuze voor de Vocalise van Rachmaninov (1873-1943) heel goed begrijpen. Het is misschien het ultieme voorbeeld van een intense, uitgestrekte melodie. Rachmaninov componeerde het oorspronkelijk voor tenor, maar het stuk heeft zijn bekendheid vooral te danken door de talloze sopranen die het stuk op hun repertoire hebben gezet.
Dat klopt, maar heel veel instrumentalisten spelen tegenwoordig de Vocalise, en dat doen ze met als argument dat hun instrument het meest geassocieerd kan worden met de menselijke stem. Met alle respect voor hun standpunt hoop ik te bewijzen dat de cello het meeste recht heeft op dat predicaat.
Ouderwets
Het betreft wel typisch romantische melodiek. Was Rachmaninov dan als twintigste-eeuwse componist wat achterhaald?
Daar heb ik absoluut geen moeite mee, de muziek is doodgewoon schitterend en dan maakt het voor mij niet uit in welke eeuw die geschreven is. Datzelfde verwijt kreeg trouwens Dmitri Kabalevsky (1904-1987), componist van het laatste stuk van het album,ook (Eerste Celloconcert in g op.49). Er wordt vaak met enige dedain over hem gesproken. Ook vanwege zijn behouden stijl, maar misschien nog meer vanwege zijn ogenschijnlijke trouw aan het regime. Daar valt op zijn minst een kanttekening bij te plaatsen, want achter de schermen steunde hij zijn collega Sjostakovitsj. En dat hij in muzikaal opzicht ouderwets zou zijn: daar ben ik het grondig niet mee eens: noviteiten zijn subtiel verborgen. In de orkestratie, de opbouw en bijv. het gebruik van pizzicato in de solo partij in lange passages: dat kan je zonder meer als vernieuwend beschouwen.
Pleitbezorger
Ook kom je technisch gezien als cellist aan je trekken en is er weldegelijk volop diepgang. Het tweede deel dwingt je diep in je ziel te tasten: het is een aangrijpend eerbetoon aan de gesneuvelde Russische soldaten in de Tweede Wereldoorlog. Verder vind ik het geniaal hoe Kabalevski je als solist in dialoog laat gaan met individuele blazers. Daarin toont hij zich net zo’n grote meester als collega’s zoals bijvoorbeeld Tchaikovski en Rachmaninov.
Kortom met deze opname wil ik graag een pleitbezorger zijn voor deze onderschatte componist.
Dank Roeland voor dit gesprek. Laten wij de luisteraars veel inspiratie en mooie momenten wensen bij het beluisteren van deze CD.